Bereken partnerpensioen

Ingeval u komt te overlijden heeft uw partner, die aan voorwaarden voldoet, recht op een partnerpensioen. De opbouw van het partnerpensioen is een percentage van het ouderdomspensioen. De premie die u maandelijks betaalt voor het ABP KeuzePensioen, is één ongedeelde premie OPNP (OuderdomsPensioenNabestaandenPensioen).

Een jaarlijks vast te stellen deel van de opbouw van het ouderdomspensioen, is bestemd voor het partnerpensioen en wezenpensioen. Dit is het nabestaandenpensioen. Het partnerpensioen is kapitaalgedekt, dat wil zeggen dat uw werkgever en u OPNP-premies hebben betaald aan het ABP. Het partnerpensioen is daarmee  een vrijwel onaantastbaar pensioenrecht. De in het verleden opgebouwde aanspraken op partnerpensioen mogen niet worden verlaagd.

De voorwaarden en hoogte van de uitkering staan beschreven in hoofdstuk 8 van het pensioenreglement.  Artikel 8.4 van het pensioenreglement bepaalt de hoogte van het partnerpensioen. Die bepaling is gekopieerd en hieronder ingeplakt.

 

De berekening lijkt eenvoudig. Stel, dat ABP in uw laatste UPO (Uniform Pensioen Overzicht) uw ouderdomspensioen heeft vastgesteld op € 10.000 per jaar. Dan zou het partnerpensioen volgens dit artikel 70% daarvan zijn, ofwel € 7.000 per jaar. Niets is echter minder waar.  Vanaf het jaar 2016 bedraagt de opbouw van het partnerpensioen 70% van het ouderdomspensioen. In 2015 was dat 50%. Dat had het ABP duidelijker moeten opschrijven in het pensioenreglement.

De opbouw van het partnerpensioen in het verleden was als volgt:

Tot 1 januari 2006 was de opbouw  5/7 deel van het ouderdomspensioen (71%)
Van 1 januari 2006 tot 1 januari 2015 was de opbouw 5/14 deel van het ouderdomspensioen (36%)
In 2015 was de was de opbouw 5/10 deel van het ouderdomspensioen (50%)
In 2016 was de opbouw 7/10 deel van het ouderdomspensioen (70%)
In 2017 was de opbouw 7/10 deel van het ouderdomspensioen (70%)
In 2018 was de opbouw 7/10 deel van het ouderdomspensioen (70%)

Om uit te zoeken hoe hoog uw partnerpensioen precies zal zijn moet u eerst 46 overgangsbepalingen uit het pensioenreglement doorlezen. Misschien is één van deze bepalingen van toepassing op u. Komt u er niet uit, neem dan contact op met ons.