Forse pensioenkorting rijksambtenaren door ontslag AOW-leeftijd

Het onderhandelingsakkoord, dat werkgevers en werknemers bereikten over een nieuwe cao sector rijk voor de periode 2018-2020 veroorzaakt een forse korting op het ouderdomspensioen.  In artikel 7.4 van het akkoord hebben sociale partners afgesproken dat de rijksambtenaar, bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, wordt ontslagen behoudens in specifieke gevallen. 

Hier zit geen addertje onder het gras maar een wurgslang.

De rijksambtenaar die ontslag krijgt omdat hij de AOW-leeftijd heeft bereikt en op die datum ook zijn ouderdomspensioen laat ingaan, wordt namelijk door pensioenfonds ABP fors gekort op zijn ouderdomspensioen. Iedereen, die voor het bereiken van zijn 68ste jaar het ouderdomspensioen laat ingaan, wordt met de factor 0.875 gekort op het opgebouwde pensioen vanaf 1 januari 2014.  Vanaf 1 januari 2014 is in het pensioenreglement bepaald dat de pensioenrekenleeftijd 67 jaar is en vanaf 2018 is de pensioenrekenleeftijd vastgesteld op 68 jaar. In het ABP pensioenreglement 2018 is dat als volgt opgenomen.

Artikel 7.3 van het pensioenreglement bepaalt dat u recht heeft op ouderdomspensioen op de dag waarop u de AOW-leeftijd bereikt. ABP stimuleert dit ook nadrukkelijk in allerlei communicatie: ‘ABP gaat ervan uit dat u met het bereiken van de AOW-leeftijd uw ouderdomspensioen laat ingaan.’

Wat ABP er niet bij vermeldt is dat u op grond van artikel 7.6, lid 2 van het pensioenreglement wordt gekort op uw ouderdomspensioen, indien u inderdaad bij het bereiken van de AOW-leeftijd met pensioen gaat: ‘Wanneer het ouderdomspensioen eerder of later ingaat dan de eerste dag van de maand waarin betrokkene 68 jaar is geworden, verlaagt of verhoogt ABP het pensioen met toepassing van de factoren opgenomen in Bijlage G.’
Indien u in 2018 op de AOW-leeftijd (66 jaar) met ouderdomspensioen gaat, dan past ABP de volgende kortingsfactoren toe:

Uw opgebouwde pensioen vanaf 1 januari 2014 tot 1 januari 2018 wordt gekort met de factor 0,936
Uw opgebouwde pensioen vanaf 1 januari 2018 wordt gekort met de factor 0.875

Stel, dat u vanaf 1 januari 2014 jaarlijks € 1.000 ouderdomspensioen hebt opgebouwd. U zou dan tot 1 januari 2018 gedurende vier jaar
€ 4.000 ouderdomspensioen hebben opgebouwd. Gaat u per 1 juli 2018 met pensioen, omdat u de AOW-gerechtigde leeftijd van 66 jaar hebt bereikt, dan past ABP de kortingsfactor 0,936 toe op het opgebouwde pensioen tot 1 januari 2018, zodat u over deze periode slechts € 3.744 aan ouderdomspensioen krijgt uitgekeerd. Van 1 januari 2018 tot 1 juli 2018 hebt u € 2.000 ouderdomspensioen opgebouwd. Hierop past ABP de kortingsfactor 0.875 toe, zodat u over deze periode slechts € 1.750 levenslang aan ouderdomspensioen krijgt uitgekeerd.

Samengevat

In de periode 1 januari 2014 tot 1 juli 2018 hebt u levenslang € 6.000 ouderdomspensioen opgebouwd. Door de hierboven toegepaste kortingen ontvangt u levenslang jaarlijks slechts € 5.494 ouderdomspensioen. U wordt dus levenslang jaarlijks € 506 gekort op uw ouderdomspensioen. Ervan uitgaande dat u 20 jaar ouderdomspensioen zult ontvangen, wordt u dus totaal € 10.120 gekort op uw pensioen, ik noem dat een forse pensioenkorting. U en uw werkgever hebben wel premies afgedragen aan ABP voor een levenslang ouderdomspensioen van € 6.000. 

Hoewel ABP wettelijk verplicht is de deelnemers ‘correct, duidelijk en evenwichtig’ te informeren (artikel 48 Pensioenwet) houdt het pensioenfonds deze informatie tegen de borst. De pensioenkorting levert het pensioenfonds tientallen miljoenen euro’s op. Jaarlijks komen er bij ABP ongeveer 20.000 gepensioneerden bij.De meervoudige kamer van de rechtbank Limburg heeft recentelijk in een civiele procedure tegen pensioenfonds ABP de juistheid van deze toegepaste kortingen bevestigd. Vrijwel geen enkele deelnemer is hiervan op de hoogte!

Hoe luidt de spreuk ook alweer? Oh ja, wat niet weet, wat niet deert.

Frans Nijhof