ABP verloor € 53 miljard, 7 jaar premies door putje

In de eerste week van mei publiceert pensioenfonds ABP het jaarverslag en de jaarrekening 2019. Net als voorgaande jaren zal ABP waarschuwen dat de kans groot is dat de pensioenen verlaagd moeten worden, omdat de rekenrente zo laag is. En daar kan ABP uiteraard niets aan doen, de rekenrente wordt door De Nederlandsche Bank vastgesteld.

Altijd gemakkelijk om een zwartepiet achter de hand te hebben om het eigen falende beleggingsbeleid te verhullen. Eigen falen, omdat ABP jaar-in-jaar-uit er niet slaagt de rendementen te behalen die andere instellingen wél behalen.

Door onkunde op de beleggingsmarkt verloor ABP in 2008 maar liefst € 44 miljard (!!) aan vermogen en in 2018 nog eens € 9 miljard. Al met al werd door ondeskundigheid van ABP € 53 miljard werknemersgeld door het putje weggespoeld, ofwel zeven jaar aan ABP afgedragen pensioenpremies.

Dat ABP er niet in slaagt met het ingelegde pensioengeld van de 3 miljoen deelnemers hoge rendementen te behalen, wat prioriteit nummer één zou moeten zijn, is te wijten aan onkunde en politieke beïnvloeding. Het gaat wel om uitgesteld loon van werknemers dat zij gedwongen moeten afstaan aan pensioenfonds ABP. Het beleggingsbeleid van ABP wordt niet bepaald door financiële professionals maar door vakbondsmensen, die slechts 11% van de werknemers vertegenwoordigen, en werkgevers.

“Het ABP is een oplichtersbende”, zei hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, professor Sweder van Wijnbergen voor radio NPO1. Vakbondsmensen willen met een rekenkundig trucje, namelijk het verhogen van de rekenrente, voorkomen dat er gekort wordt op de pensioenen. Van Wijnbergen: “Het ABP is een goktent. De tekorten bij het ABP ontstaan niet door de rekenrente maar omdat er jarenlang gegokt is.” Van Wijnbergen becijferde dat ABP door ‘gokbeleid’ € 50 miljard euro is kwijtgeraakt. “Als je echt alle blunders van het ABP optelt, zou je nog wel eens veel hoger uit kunnen komen”, zegt Van Wijnbergen. “Ze zijn wild gaan gokken bij het ABP met andermans geld en het is in hun gezicht opgeblazen. Die kortingen bij het ABP komen door wanbeleid.” Een ander voorbeeld van dat wanbeleid is de toekenning van een bonus van € 6500 aan oudere deelnemers, die bleven doorwerken tot 65 jaar.

Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) maakte bekend dat beleggingsinstellingen in 2019 een gemiddeld rendement behaalden van 18%, het hoogste van de afgelopen 11 jaar. Een belegging in aandelen genoteerd op de Nederlandse beurs behaalde een rendement van 24% en mondiaal zelfs een rendement van ruim 27%. Het verschil wordt verklaard doordat beleggingsinstellingen niet alleen beleggen in aandelen, maar ook in onder meer obligaties en vastgoed. Voor pensioenfondsen als ABP zijn beleggingen in obligaties van belang, pensioenfondsen moeten wettelijk een fors deel van het vermogen veilig beleggen in obligaties zoals staats- en bedrijfsleningen, ook wel vastrentende waarden genoemd.

Ook de obligatiefondsen behaalden in 2019 hogere koerswinsten. Ondanks de koersdaling in het vierde kwartaal van 2019 behaalden deze fondsen voor heel 2019 toch nog een rendement van bijna 11%.  Met een verwacht rendement op obligaties van 8,7% blijft ABP dus ver achter bij andere obligatiefondsen die 11% rendement behaalden. “Het maakte in 2019 wel veel uit in welk type beleggingsinstelling werd belegd. De rendementen varieerden sterk, hoewel op één na alle typen fondsen in 2019 een rendement van boven de 10% behaalden”, aldus DNB. Alle fondsen behaalden een rendement boven de 10% terwijl ABP op 8,7% blijft steken.

Het door Groen Links, PvdA en FNV gedomineerde fondsbestuur meent dat het pensioenfonds een ‘maatschappelijke organisatie’ is dat politieke doeleinden moet nastreven, zoals groen beleggen. ABP is echter een financiële instelling die heel zorgvuldig moet omgaan met de ingelegde pensioenpremies van de deelnemers en moet zorgen voor zo hoog mogelijke rendementen om de pensioenen veilig te stellen.

De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zijn de formele toezichthouders. Het zou de toezichthouders sieren te gaan doen wat zij behoren te doen, namelijk nauwgezet controleren of de pensioenfondsen wel de belangen van de werknemers adequaat beschermen, of zij wel voldoende ‘kennen en kunnen’ in huis hebben om € 1400 miljard te mogen beheren en of de fondsen wel het pensioenreglement correct uitvoeren. Daarvan is geen sprake.

Frans Nijhof